logo Van der Woude de Graaf Advocaten

Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 11 februari 2010, YG0063, C2008/306, Ook: Medisch Contact 3 juni 2010, nr. 22, p. 1013

Betrokkene lijdt aan chronische vermoeidheidsklachten (ME/CVS) en heeft bij de gemeente een scootmobiel aangevraagd. De indicatiearts verbonden aan het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft negatief geadviseerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft onder meer overwogen dat de arts de cognitieve gedragstherapie gecombineerd met oefentherapie in 2006 in een te vroeg stadium verkeerde om te kunnen voorschrijven en heeft de arts een waarschuwing opgelegd. Zowel de arts als klaagster zijn hiertegen in beroep gekomen. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt onder meer dat het beroep van de arts gegrond is en het incidenteel beroep van klaagster wordt verworpen, met publicatie.

Een van de, zo niet de belangrijkste, overwegingen van de CTG is:

Aangezien de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) vereist dat voor toewijzing van een voorziening iemand dient te zijn uitbehandeld, kon de arts adviseren zoals hij heeft gedaan.

Deze stelling verdraagt zich zo geformuleerd niet met de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), de hoogste rechter in Wvg (en Wmo) zaken. Het CTG noemt helaas het wetsartikel noch de rechtspraak waarop de stelling is gebaseerd, maar zal de uitspraak CRvB 15 januari 2009, BH1077 op het oog hebben gehad waarin de Raad overwoog:

(…) dat een voorziening met een anti-revaliderend karakter niet als doeltreffend kan worden aangemerkt, omdat een dergelijke voorziening niet is gericht op het opheffen of verminderen van de door de gehandicapte ondervonden beperkingen. In geval een voorziening naar objectief medische maatstaf geacht moet worden voor een betrokkene anti-revaliderend te werken, is geen sprake van een verantwoorde voorziening.Nu betrokkene nog niet is uitbehandeld, is niet komen vast te staan dat het verstrekken van een scootmobiel voor haar niet anti-revaliderend werkt. Dit betekent dat de gevraagde voorziening terecht is geweigerd.

Dat een voorziening in het kader van de Wvg doeltreffend moest zijn volgde uit artikel 3 Wvg. Hieruit kan echter niet de conclusie worden verbonden dat iemand per se uitbehandeld zou moeten zijn getuige een zaak betreffende een verhuiskostenvergoeding (CRvB 3 mei 2006, AX8485):

De Raad wijst er in dit verband op dat de omstandigheid dat geen medische eindtoestand zou zijn ingetreden, niet zonder meer impliceert dat niet kan worden vastgesteld of het treffen van een langdurig noodzakelijke voorziening in de vorm een verhuizing aangewezen was.

Beide uitspraken hebben hun gelding ook onder de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) behouden. Het criterium is dat voor het verstrekken van de voorziening het criterium ‘langdurige noodzakelijkheid’ is aanvaard, maar daarvoor is dus geen medische eindtoestand is vereist. Bij de beoordeling van de langdurige noodzakelijkheid kunnen op zichzelf de prognose over de medische beperkingen en de behandelmogelijkheden een rol spelen (CRvB 31 augustus 2005, LJN AU2527).

Wil een voorziening in het kader van de Wmo geweigerd kunnen worden omdat er een behandelmogelijkheid is, dan kan niet worden volstaan met een enkelvoudige verwijzing naar een mogelijke behandeloptie. De Wmo heeft niet tot doel iemand te stimuleren een behandeling te volgen (Rb Alkmaar, 22 augustus 2007, BB2865). Steeds zal onderzocht en gemotiveerd moeten worden of de betreffende persoon baat zal kunnen hebben bij de behandelmogelijkheid. De rechtbank Haarlem (Rb Haarlem 30 juni 2008, BF0035) oordeelde dat

(…) ten aanzien van de vraag of WMO-voorzieningen kunnen worden geweigerd omdat sprake zou kunnen zijn van een antirevaliderende werking (…) dit slechts aan de orde kan zijn indien door het verstrekken van de voorziening een (mogelijke) behandeling wordt bemoeilijkt of wordt tegengewerkt, hetgeen moet blijken uit concrete informatie van de behandelend sector. Daarvan was in dit geval geen sprake.:

Daar komt bij dat in het kader van de Wmo op het college van B&W een verzwaarde motiveringsplicht rust. Steeds zal ingevolge artikel 26 Wmo gemotiveerd dienen te worden op welke wijze de genomen beschikking, zoals bijvoorbeeld de weigering van een scootmobiel, bijdraagt aan het behouden en het bevorderen van de zelfredzaamheid en de normale participatie.

Contactgegevens

Willemsparkweg 31
1071 GP, Amsterdam

Postbus 76076
1070 EB Amsterdam

tel: 020-676 66 90
fax: 020 - 676 66 95
email: info@woudegraaf.nl